Littekens en hun invloed op het lichaam

Door: Caroline Dudink

De invloed van littekens op het hele lichaam – bekeken vanuit de osteopathie

Een litteken lijkt vaak slechts een zichtbaar spoor van een operatie, ongeluk of verwonding. Vanuit osteopathisch oogpunt kan een litteken echter meer zijn dan alleen een plaatselijke verandering van de huid. Het kan invloed hebben op de beweeglijkheid van weefsels, de spanning in het lichaam en soms zelfs klachten veroorzaken op een andere plek dan waar het litteken zich bevindt.

Een litteken is meer dan huid alleen

Wanneer het lichaam een wond herstelt, wordt nieuw bindweefsel gevormd. Dit littekenweefsel heeft een andere structuur en elasticiteit dan het oorspronkelijke weefsel. Hierdoor kan het minder soepel bewegen ten opzichte van de omliggende huid, spieren, fascia, zenuwen en organen.

In veel gevallen geeft dit geen problemen. Soms ontstaan echter verklevingen of spanningen waardoor de natuurlijke beweeglijkheid van weefsels vermindert. Dit kan leiden tot compensaties elders in het lichaam.

De rol van fascia

Fascia is een netwerk van bindweefsel dat het hele lichaam met elkaar verbindt. Het omhult spieren, gewrichten, organen, bloedvaten en zenuwen. Hierdoor staat geen enkel lichaamsdeel volledig op zichzelf. Wanneer een litteken spanning veroorzaakt in dit netwerk, kan die spanning zich verspreiden naar andere gebieden van het lichaam.

Een litteken op de buik zoals bv een keizersnee of na een appendix operatie kan invloed hebben op de beweeglijkheid van de buikorganen, de onderrug of het bekken. Littekens op de benen kunnen zorgen voor een ander looppatroon een hierdoor elders klachten geven.

De oncologische operatie zorgen vaak voor klachten omdat de cliënt vaak ook bestraald is geweest in dat gebied of chemotherapie heeft gehad wat allebei zorgt voor verminderde kwaliteit van het weefsel.

Klachten kunnen kort na een operatie ontstaan of jaren later klachten geven. Niet alle littekens zullen klachten geven maar het is zeker belangrijk om dit te onderzoeken en misschien al te behandelen voor ze klachten geven door het litteken zo vrij mogelijk te maken.

Bij klachten die niet overgaan zoals

rug- en nekklachten, buikklachten, verminderde beweeglijkheid van spieren en gewrichten, veranderde houding. Denk zeker ook aan of er littekens meespelen. Ook gebieden die bestraald zijn kunnen littekenweefsel geven.

Hoe kijkt een osteopaat naar een litteken?

Een osteopaat onderzoekt niet alleen het litteken zelf, maar kijkt naar de invloed ervan op het gehele lichaam. Daarbij wordt beoordeeld of er verminderde beweeglijkheid aanwezig is in de huid, fascia, spieren, gewrichten of organen rondom het littekengebied.

Met zachte manuele technieken wordt geprobeerd de beweeglijkheid van de betrokken weefsels te verbeteren en spanningen in het lichaam te verminderen. Een osteopathische behandeling kan invloed kan hebben op de lokale weefselmobiliteit en doorbloeding rondom littekens.

Wanneer kan een litteken osteopathisch onderzocht worden?

Het kan zinvol zijn om een litteken te laten beoordelen wanneer:

  • Klachten zijn ontstaan na een operatie of ongeval.
  • Er sprake is van een trekkend of strak gevoel rondom het litteken.
  • Bewegingen beperkt aanvoelen zonder duidelijke oorzaak.
  • Klachten steeds terugkeren ondanks eerdere behandelingen.
  • Er een verband lijkt te bestaan tussen een oud litteken en huidige lichamelijke klachten.

Het lichaam functioneert als één geheel

Een belangrijk uitgangspunt binnen de osteopathie is dat het lichaam één samenwerkend systeem vormt. Daarom wordt niet alleen gekeken naar de plaats van de klacht, maar ook naar factoren die elders in het lichaam invloed kunnen uitoefenen. Littekens kunnen daarbij soms een belangrijke rol spelen.

Door de beweeglijkheid van weefsels te optimaliseren, probeert de osteopaat het lichaam zo goed mogelijk te ondersteunen in zijn natuurlijke functioneren en herstelvermogen.